Jan-Willem Verheij
Vice-Fractievoorzitter en Lid Commissie FIBVice-Fractievoorzitter en Lid van de Commissie Fysieke Infrastructuur en Buitenruimte
Rotterdam speelt al vanaf mijn aller-vroegste jeugd een rol in mijn leven. Hoewel ik geboren ben in Vlaardingen en opgroeide in het Westland, was Rotterdam - letterlijk en figuurlijk - nooit ver weg. Rotterdam was altijd De Grote Stad voor mij, veel meer dan Den Haag waar ik ook regelmatig kwam. Het stadscentrum, toen nog met hertenkamp op het Weena, was altijd al imposant, en is dat de laatste twintig jaar alleen maar meer geworden. Die ontwikkeling doet geen enkele andere stad in Nederland ons na!
Rotterdam was voor mij al heel vroeg ook Hoek van Holland. Mijn grootouders hadden altijd een zomerhuisje, waar ik nog altijd graag kom. Mijn oma vertelde me daar over haar jeugd in het Oude Westen, waarmee het beeld van de stad steeds meer ingekleurd werd. Het was dan ook niet zo vreemd dat ik (Bestuurskunde) ging studeren aan de Erasmus Universiteit en in Rotterdam ging wonen. Eerst een aantal maanden in de Esch, die toen nog vrij nieuw was. Op zoek naar wat meer actie verhuisde ik al snel naar de Nieuwe Binnenweg, later gevolgd door het voormalige belastingkantoor aan de Puntegaalstraat, waar ik al ruim tien jaar goed woon.
De actie die ik zocht op de Nieuwe Binnenweg kreeg ik met volle teugen binnen. Toenmalig burgemeester Peper besloot Perron 0 te sluiten, waarna mijn wijk de volle lading van drugsoverlast over zich heen kreeg. Om de hoek op de G.J. de Jonghweg bloeide de tippelzone volop, met alle gevolgen voor bewoners van dien. Dit was het moment dat ik me aanmeldde bij de VVD en besloot niet langer lijdzaam toe te zien hoe de wijk achteruit holde en veiligheid niet langer een vanzelfsprekendheid was. De situatie was onhoudbaar en de overheid was in geen velden of wegen te bekennen. Dat kon toch niet waar zijn?
Al snel trad ik toe tot de deelgemeentepolitiek in Delfshaven, wat ik tien jaar met veel plezier heb gedaan. Ondanks de kleine rol van de VVD in Delfshaven waren we steeds weer dé partij met de goede en realistische ideeën, die ook vanuit de oppositie zaken voor elkaar kreeg. Geen politieke hobby’s, maar praktische verbeteringen voor de leefomgeving van Rotterdammers. Dat is waar overheidshandelen in onze stad wat mij betreft over hoort te gaan.
Daar zit ook meteen mijn reserve, mijn angstbeeld: de grote Rotterdamse overheidsorganisatie met heel veel politici en heel veel ambtenaren, die moeilijk focus houdt en veel dure projecten in gang zet of in stand houdt, zonder dat duidelijk is wat de Rotterdammers er mee opschieten. Hier wil ik voor waken in de gemeenteraad. De gemeente Rotterdam kan zoveel meer voor de Rotterdammers betekenen als ze zich wat beperkt, en de dingen die ze doet, goed doet. Ons verkiezingsprogramma geeft uitstekende aanknopingspunten om het gemeentelijk beleid op die manier neer te zetten.
Mijn vergezicht voor de stad is er een waarin Rotterdammers goede woningen hebben in mooie groene wijken, waar ze kunnen genieten van zeer hoogwaardige voorzieningen in het centrum en op andere plekken in de stad, waar vervoer door de stad en naar de omgeving snel en comfortabel verloopt, waar je veilig bent op straat én in je eigen huis, en waar werk is voor alle ondernemende Rotterdammers, omdat de stad dé vestigingsplaats voor grote en kleine ondernemers is. Aan die stad ga ik werken de komende raadsperiode, en ik zal het gemeentebestuur bij de les houden om zich daarop te concentreren.

