Nieuws

Dankbaarheid in plaats van Azijnzuur

07 november 2023

In het Algemeen dagblad van afgelopen zaterdag een debat over de familie Van der Vorm en zijn stichtingen Droom en daad en Stichting De Verre Bergen. Beide stichtingen gezamenlijk hebben in de afgelopen jaren honderden miljoenen gedoneerd aan projecten in Rotterdam. Onze boodschap: een constructief debat is prima, maar laten we nu vooral dankbaar zijn in plaats van zuur.

Droom en Daad richt zich op culturele projecten. Van het prachtige beeld Moments Contained voor het Centraal Station, het landverhuizersmuseum FENIX in aanbouw op Katendrecht (ik kijk ontzettend uit naar de opening), het gebouw Santos dat door Droom en Daad is geschonken aan het Nederlands Fotomuseum tot aan de transformatie van het stadspark bij de Euromast en het opknappen van het Veerhuis in Schiemond, de oude pastorie naast de Paradijskerk aan de Binnenweg en het Muziekwerf achter het Hofplein.

Stichting De Verre Bergen bedenkt, ontwikkelt en voert sociaal maatschappelijke projecten uit. In 2022 alleen al gaf de Stichting 56 miljoen uit aan verschillende programma’s in de schuldhulpverlening en schuldsanering, dagprogrammering in het primaire onderwijs, taallessen aan statushouders, huisvesting voor Syrische gezinnen, toekenning energietoeslag van 1.300 euro voor 11.500 Rotterdammers, etc. etc.

Gewoonweg indrukwekkend wat vanuit Droom en Daad en De Verre Bergen wordt bijgedragen aan Rotterdam. Rotterdam kent een grote traditie van weldoeners die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de stad en haar bewoners en de familie Van der Vorm voegt zich met een ongekende gulheid in deze traditie.

En toch zijn de commentaren niet uit de lucht. Er zou sprake zijn van belastingontwijking, zonder dat duidelijk wordt gemaakt waar en hoe, los van de vraag wiens moraal bepalend is voor wat belastingontwijking is en wat niet. Bovendien worden twijfels geplaatst over de invloed van beide Stichtingen in de stad en het besluitvormingsproces over de verschillende projecten. Ik heb geen moeite met de discussie over de vraag hoe de stad zich wil verhouden tot de filantropie. We hebben het hier over een publiek-private samenwerking. Deze samenwerking tussen overheid en caritas is gebaat bij een passende en niet-vrijblijvende samenwerkingsstructuur. En daar hoort ook een periodieke toetsing bij. Wat mij betreft mag de Gemeente binnen het kader van hun samenwerking met filantropische stichtingen, vragen stellen over de herkomst van middelen en de structurering van goedgeefsheid. Gevolgd door een democratische verantwoording richting de Raad.

Maar deze discussie zou wat De Rotterdamse VVD betreft wel vanuit een constructieve en positieve invalshoek gevoerd moeten worden. Het wordt tijd dat we meer dankbaarheid tonen in plaats van al dat azijnzure commentaar.

Aan de slag voor Rotterdam