zoeken
Nieuws

Bert Wijbenga: 'Jaarlijks maximaal 640 vluchtelingen in Rotterdam'

detail iamge

Mochten mensen kiezen in welk land zij geboren willen worden, dan zou Nederland bij één van de meest gekozen landen horen. Voor alle inwoners van Nederland geldt een groot aantal verworvenheden: gelijkwaardigheid en bescherming tegen discriminatie, kiesrecht en een democratische rechtstaat, welvaart en een vitale economie. Het zijn verworvenheden die veel Noord- en West-Europese landen met elkaar gemeen hebben.

Aan de basis van al dat moois staan wat ik noem ‘de drie V’s’: verlichting, vrijheid en verzorgingsstaat. Deze drie V’s zijn de belangrijkste voorwaarden voor een mooi en aantrekkelijk leefklimaat. Maar deze verworvenheden zijn niet vanzelfsprekend. Wij vinden het dan ook begrijpelijk dat mensen migreren als ze in een land wonen waar die drie V’s hevig onder druk staan.

Rotterdam is als havenstad een immigratiestad pur sang. Eerder maakten Belgen, Chinezen, Kaapverdianen, Surinamers, Antillianen, Marokkanen en Turken de haven en de stad: een kleurrijke en relaxte stad waar iedereen mag zijn wie hij of zij wil zijn. Maar migratievraagstukken brengen ook discussies met zich mee. En zoals dat gaat bij discussies en debatten: het meeste geluid wordt gemaakt door mensen die alleen voordelen of alleen nadelen zien.

Voordelen van migratie zijn dat we worden verrijkt door alle mooie culturen en vele (ex-)migranten werken in sectoren waar juist personeelstekorten worden ervaren, zoals in de zorg of in de bouw. Een nadeel van de migratie is dat de drie V's ook in dit land en in een stad als Rotterdam onder druk kunnen komen. 

Het is tijd om met elkaar op een relaxte wijze, gecombineerd met een gezonde dosis realisme, de discussie te voeren over onze ideeën bij migratie voor de lange termijn. 

Vice-premier De Jonge pleitte onlangs voor ‘voorspelbare immigratie’. Eerder deden diverse politici uit andere partijen soortgelijke voorstellen. In essentie benoemen zij het, door ons in de Rotterdamse praktijk ook ervaren, probleem van een limiet aan opnamecapaciteit in verband met het sociaal en economisch draagvlak. Zij koppelen er oplossingen aan die zich buiten onze expertise en verantwoordelijkheid bevinden, zoals het vergroten en financieren van de opvang van vluchtelingen in buurlanden. Of het redelijker verdelen over EU-landen of over Westerse landen. Of door harde quota te formuleren voor Nederland, vergelijkbaar met de opt-out van Denemarken.

Hoe dan ook meen ik dat de impact van vluchtelingen op onze steden en wijken verplicht tot het openlijk bespreken van de risico’s van het huidige beleid. Als Rotterdamse wethouder ondersteun ik, op basis van onze dagelijkse praktijk, de oproep om bij kwesties als immigratie te kijken naar de draagkracht van de maatschappij in kwestie. Er zijn vele soorten migranten; arbeidsmigranten, kennismigranten, gezinsmigranten en asielzoekers (vluchtelingen). Slechts 14 procent van de netto-immigratie in het afgelopen jaar bestond uit goedgekeurde asielaanvragen. Veel vaker ging het om Poolse klussers, Duitse studenten, Indiase ict’ers (deze nationaliteiten bezetten de kopposities) en andere arbeids- en kennismigranten. Het gaat dus veelal om kennis- en arbeidsmigratie. Veel van deze migranten komen hier omdat ze hier werk hebben gevonden. Vanuit de gemeente bieden wij taaltrajecten en mogelijkheden om een netwerk op te bouwen voor zover ze dat nodig hebben.

Vluchtelingen komen uit een veel lastigere situatie. Nagenoeg allemaal starten ze in de bijstand en jarenlang hebben ze veel ondersteuning nodig vanuit de gemeente en andere organisaties om Rotterdam tot hun nieuwe thuis te maken. Uiteindelijk moet iedere vluchteling een volwaardig lid worden van onze maatschappij. Dat vraagt om inspanningen van beide kanten.

Nieuwe Rotterdammers die gevlucht zijn komen nu vooral uit Syrië, Afghanistan, Irak, Eritrea en Somalië. Met de nieuwe Wet Inburgering worden veel van onze praktijken straks landelijk geregeld en komt de regie op de inburgering naar de gemeente. Dan zitten we zelf ook echt aan het stuur. Dat is goed nieuws, maar om gastvrij te kunnen zijn moeten er voldoende middelen vanuit de Rijksoverheid beschikbaar worden gesteld en economisch en maatschappelijk draagkracht zijn in de stad. Dat is dan ook onze boodschap aan het Rijk. 

Om ervoor te zorgen dat wij langdurig succesvol kunnen zijn met de inburgering van vluchtelingen als nieuwe stadsgenoten, willen wij laten zien hoeveel vluchtelingen wij jaarlijks maximum aankunnen in onze stad. Op financieel vlak, maar ook om de vluchtelingen die er al zijn zo goed mogelijk te begeleiden. Wij zien op basis van onze ervaringen namelijk de volgende risico’s:

-    Druk op beschikbaarheid van (sociale) woningen kan toenemen;

-    Leerkrachten in het primair onderwijs krijgen mogelijk te veel leerlingen met leerachterstanden en tegelijk ontstaan cultuurbotsingen door streng religieus of zeer traditioneel opgevoede kinderen in de klas; 

-    De stad krijgt een te zwaar beroep op de somatische en psychosociale zorg; 

-    De opnamecapaciteit bij werkgevers is niet oneindig. Het huidige succes is niet bestendig bij een haperende economie of een te grote instroom;

-    Vluchtelingen moeten ook een sociaal netwerk kunnen opbouwen. Dit moet van twee kanten komen en van twee kanten moet hier tijd voor zijn.

Een te grote instroom verhoogt de bovenstaande problematiek. Ik wil daarom voorkomen dat er een te groot beroep wordt gedaan op de sociale voorzieningen en de stad. Ook omdat vluchtelingen juist kwetsbare Rotterdammers zijn: in taalbeheersing, beroepscompetenties en sociale vaardigheden staan zij vaak op een achterstand. Om deze groep duurzaam een nieuw thuis te geven in de stad, zie ik dat Rotterdam dit het beste kan blijven doen door een maximum aantal vluchtelingen van jaarlijks één op iedere duizend Rotterdammers te verwelkomen. Zo kunnen we 640 vluchtelingen per jaar echt goed op weg helpen. In 2019 was er een kantelpunt: toen hebben wij voor het eerst meer vluchtelingen uit de bijstand gekregen dan dat er waren ingestroomd. Er was grote inzet van de vluchtelingen zelf, er was economische voorspoed, we hebben ze intensief begeleid met huisvesting, taalcursussen en zorg én het aantal vluchtelingen lag onder de 640. Deze ontwikkeling willen we graag zo voortzetten.

Daarbij vinden we het belangrijk dat de andere vluchtelingen een humaan thuis krijgen in een andere stad in Nederland, Europa of elders in de wereld. We kunnen ons ook kunnen voorstellen dat Nederland financieel bijdraagt aan andere landen om vluchtelingen elders een thuis te bieden. Overigens zullen we als het Rijk ons meer dan 640 statushouders toewijst, hen natuurlijk gewoon ontvangen en zo goed mogelijk aan onze plicht voldoen. We zijn alleen van mening dat een hogere kwantiteit ten koste gaat van de kwaliteit die wij nu aan deze vluchtelingen kunnen bieden in de ondersteuning om hen een nieuw thuis te geven. Zodat wij ook voor hen een stad kunnen zijn en blijven waar verlichting, vrijheid en verzorgingsstaat pal overeind blijven staan. Aangezien we een gezamenlijk liefde hebben, een liefde die ons bindt: de liefde voor Rotterdam.

Bert Wijbenga



Iedereen aan het werk Bert Wijbenga